Hague

Orde op internet niet aan tech-bedrijven overlaten

De invloed van sociale-mediaplatforms op de samenleving is enorm. De discussie over de regulering van ongewenst berichtenverkeer komt eindelijk goed op gang. Facebook, Google en Apple staan meer en meer onder druk om ‘hun verantwoordelijkheid’ te nemen. Maar zijn tech-bedrijven, met hun private en commerciële belangen, wel de aangewezen handhavers van orde? Het is logischer en beter als de overheid die rol op zich neemt. Internet is per slot van rekening openbare ruimte.

De beruchte Amerikaanse haatzaaier en complotdenker Alex Jones heeft vele jaren zijn gang kunnen gaan. Begin augustus doen platforms als iTunes, YouTube en Spotify hem opeens in de ban, meteen gevolgd door Facebook. Twitter verklaart eerst geen probleem te zien, maar volgt later in de maand alsnog met een blokkade. Sommigen verwijten de tech-bedrijven willekeur en het plegen van censuur. Anderen zijn juist blij dat ze eindelijk ingrijpen.

Jones heeft van het verspreiden van leugens een lucratief verdienmodel gemaakt. Dat is slechts een van de manieren om mediaplatforms te misbruiken. Rusland probeert verkiezingen in andere landen te beïnvloeden. Al eerder gebruiken extremisten in Sri Lanka, Myanmar, India en Indonesië Facebook om rellen en zelfs aanslagen te organiseren. Facebook is slechts met grote moeite tot ingrijpen te verleiden – hoe groter het land, en dus hoe meer gebruikers, des te eerder krijgt een regering iets gedaan. In het nietige Sri Lanka heeft de extremist Amit Weerasinghe zijn gang kunnen gaan tot aan zijn arrestatie.

In Europa is daar met grote, liberale afstandelijkheid naar gekeken. Nederland is daar een toonbeeld van. Minister Ollongren (binnenlandse zaken) wil eind vorig jaar wel nepnieuws tegengaan vanwege de Russische invloed. Daarover zou ze ‘in gesprek gaan’ met de tech-bedrijven.  Een meerderheid van de Tweede Kamer spreekt begin dit jaar uit dat het niet aan de overheid is om uitingen van de vrije pers als nepnieuws te bestempelen. Men wil de verantwoordelijkheid bij de platforms zelf leggen.

Duitsland – minder liberaal dan christen- en sociaaldemocratisch – heeft een andere benadering. Het heeft een van de strengste wetten op dit gebied. Als een uiting op een platform in strijd is met de wet (haatzaaien, laster, oproepen tot geweld), dan moet die binnen 24 uur worden verwijderd. Wordt  daaraan niet voldaan, kan de boete oplopen tot 50 miljoen euro. Zelfs aanstootgevende berichten die niet direct in strijd zijn met de wet, moeten binnen zeven dagen worden verwijderd.

In Duitsland wordt al langer onderzoek gedaan naar de invloed van sociale media op het gedrag van mensen. De discussie is aangewakkerd toen een brandweerman-in-opleiding een asielzoekersopvang in brand stak, omdat hij onder invloed van Facebook steeds meer angst voor vluchtelingen kreeg. Er blijkt een statistisch geografisch verband tussen de mate van Facebook-gebruik en het aantal aanvallen op vluchtelingen. Het gaat dus veel verder dan nepnieuws.

De verdienmodellen van mediaplatforms zijn gebaseerd op het maximaliseren van het gebruik. De algoritmen van Facebook bevorderen het verspreiden van sensationele berichten, want die zorgen voor meer verkeer en meer betrokkenheid. Dat heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat een minderheid met extreme uitingen de boventoon gaat voeren. Het is duidelijk dat sommige mensen na een tijdje online in een schijnwereld gaan leven. Offline, zo blijkt telkens weer, is een meerderheid graag bereid persoonlijk vluchtelingen te helpen.

Kun je van Facebook, Google en Apple verwachten dat ze hun  verdienmodellen ondergeschikt maken aan een algemeen belang? Dat is onlogisch, en ook niet zoals we onze democratische samenleving doorgaans organiseren. Het internet maakt een groot en heel wezenlijk onderdeel uit van onze hedendaagse infrastructuur. De overheid houdt zich terecht al heel lang bezig met de energievoorziening, het postverkeer, de scheepvaart, de telefonie, het geldverkeer, het railvervoer en al het wegverkeer. Die overheid bouwt de infrastructuur voor al die wezenlijke voorzieningen niet per se zelf, maar zorgt ten minste voor regels en de handhaving daarvan. En zo hoort dat ook, want dan is er hopelijk voldoende oog voor het algemeen belang en hebben we er met elkaar een democratische controle op.

De grote, voornamelijk Amerikaanse, tech-reuzen zijn niet democratisch. Ze stellen niet het algemeen belang voorop, maar hun eigen commerciële doelstellingen en als afgeleide daarvan hun dominante machtsposities. Om hen de regels te laten bepalen en de orde te handhaven is niet minder gevaarlijk dan Alex Jones en andere extremisten hun gang te laten gaan. De tijd dat de overheid kan volstaan met goede gesprekken is voorbij. De politiek moet om te beginnen het vraagstuk rond de communicatie-infrastructuur onder ogen zien en een visie formuleren.

In Duitsland zijn ze daar al aardig mee op weg. Dan blijkt hoe moeilijk het is om te reguleren zonder het grote goed van de vrijheid van meningsuiting te zeer te beperken. Maar dat geldt evenzeer voor de platforms. Van Alex Jones zijn niet alleen pagina’s met extremistische uitingen verwijderd, maar hij kan ook niet meer zelf posten. Dat lijkt erg op een algehele en gezamenlijke ban, waarvoor de redenen tamelijk vaag en willekeurig zijn.

Zowel het beschermen van de samenleving tegen extremisten als het koesteren van de vrijheid om je te uiten is alleen maar in goede handen bij een democratisch bestuur. Kom op, Den Haag, aan de slag.

Dick van der Meer

"Mijn doel is het bevorderen van verwondering door verhalen tot leven te brengen"

Lees meer